Schoenen voor de prinsessen van Oranje

In de tijd dat de looistoffen en koeienhuiden niet aan te slepen waren en er meer dan duizend mensen in de leerfabriek werkten, was er in Oisterwijk nog een andere bloeiende industrie: die van de schoenfabrieken. Een van de eerste schoenfabrikanten was van Petrus Puts, de grootvader van Piet Puts.

“Tot het einde van de jaren zestig leefde bijna heel Oisterwijk van leer en schoenen. Mijn opa begon zijn bedrijf aan het begin van de negentiende eeuw. Hij maakte op bestelling alle soorten schoenen waar de mensen om vroegen.

De hele familie werkte mee in zijn werkplaats aan de Boxtelsebaan. In de jaren vijftig hadden drie van mijn groot- vaders zoons een schoenfabriek. Perdix, Jupiter en Renata. De laatste was van mijn vader. Hij had zich gespecialiseerd in het maken van kinderschoenen. In 1962 kwam ik ook in het bedrijf. Zo ging dat in die tijd.

Mijn vader − en ik later ook − deed veel zaken met de KVL-fabriek. Hij ging er elke zaterdag naartoe. Samen met collega- schoenfabrikanten werd hij ontvangen in het directiekantoor en getrakteerd op bitterballen en een drankje. Dat was een slimme zet, want zo ontdekten de heren van de leerfabriek precies wat er speelde en aan welke producten hun afnemers behoefte hadden. De schoenfabri- kanten konden op hun beurt hun wensen doorgeven.

Ook ik bezocht vaak het magazijn van de leerfabriek om daar de kant-en- klare huiden te keuren en af te nemen. Metershoog lagen de leren lappen opgestapeld op tafels. We keken ze na op kwaliteit en beschadigingen. Dan gaven we door in welke kleur we het leer geleverd wilden hebben. In mijn vaders tijd waren de orders simpel: wit leer voor meisjesschoenen en bruin voor de jongens. Later werden er soms wel zes kleuren leer in één paar sandalen of laarsjes verwerkt.

In de jaren zeventig kwamen er goedkope schoenen uit Italië, Spanje en Portugal op de Nederlandse markt. Veel schoen- fabrieken konden die concurrentie niet aan en moesten hun deuren sluiten. Wij hadden in die tijd net een fabriek gestart in Italië. Daar vonden we de vakmensen die we nodig hadden en konden we goedkoper produceren. Hierdoor konden we de productie in Oisterwijk nog tot de jaren negentig in stand houden. Uitein- delijk ging het niet meer. We hadden veel problemen met de vakbonden en de mode werd steeds grilliger. Het merk Renata bestaat nog steeds, maar wordt nu volledig in Italië geproduceerd.”

Deze sandalen maakte schoenfabriek Renata
ter ere van de koperen bruiloft van Juliana en Bernard
voor de prinsesjes Beatrix, Irene, Margriet en Marijke.
In heel Nederland werden daarna
duizenden van deze prinsessen- schoenen verkocht.

161 (1)

VORIG INGREDIËNT

De trots van Alwin en Erik

VOLGEND INGREDIËNT

Robèrt van Beckhoven bakt ze bruin

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

17 − eight =