Een leven vol actie

Paul brengt de wintermaanden door in de bergen. In Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, overal waar hij maar kan skiën. Nu staat hij op het punt om naar Canada te vertrekken voor zijn werk bij CMH. Gelukkig maakt hij tussendoor even tijd voor Het Recept.

HOE KIJK JE TERUG OP JE JEUGD IN MOERGESTEL?
“Met heel veel plezier. Ik bewaar goeie herinneringen aan die tijd. Moergestel is een dorp met gezellige verenigingen en clubs. Daar voelde ik me helemaal thuis. Op de basisschool beoefende ik wel zes sporten. Tennis, hockey, voetbal, judo, zwemmen, … Ik vond álles leuk. Mijn leven draaide in die tijd om sporten en bewegen. En naar school gaan natuurlijk. Mijn zus en ik zaten op de Bienekebolders, een openbare basis- school waar ik me heel veilig, vrij en fijn voelde.”

12

HOE MAAKTE JE KENNIS MET DE SKISPORT?
“We gingen altijd met onze ouders op wintersport. Een weekje naar Zwitserland. Ik ontdekte al snel dat dat de leukste vakantie van het jaar was. Ik was pas drie toen ik voor het eerst mee mocht, maar ik weigerde om in een klasje te leren skiën. Ik wilde achter mijn vader aan! Mijn ouders vonden dat oké en zo kreeg ik het skiën razendsnel onder de knie. Die avontuurlijke leerschool had wel één nadeel, want toen ik besloot dat ik skileraar wilde worden, moest ik opnieuw leren skiën om mijn techniek te perfectioneren. Dit keer wél volgens het boekje. Dat was even wennen.”

JE BENT DUS SKILERAAR?
“Tijdens onze vakanties in de bergen zag ik ze de hele dag op de latten staan, die skileraren. Ik dacht: dat wil ik ook wel! Dus toen ik een jaar of zestien was, heb ik op eigen houtje informatie gezocht en me aangemeld. Ik ging inmiddels naar de havo in Tilburg, maar de opleiding voor skileraar was ’s avonds en in vakanties. Dat viel dus wel te combineren. Nadat ik mijn diploma gehaald had, heb ik vooral in Nederland – op indoor skibanen – gewerkt als ski- en snowboardleraar, maar ook in Oostenrijk. Daar skiede ik na werktijd het allerliefst op ongepre- pareerde pistes. Freeriden heet dat tegenwoordig, maar toen was dat nog helemaal niet zo bekend en dus was er ook geen naam voor.”

FREERIDEN DUS?
“Hoge bergtoppen, uitgestrekte witte vlaktes waar nog niemand geweest is, sneeuw zo zacht als poeder: dat is de max. Off-piste afdalen is zó mooi! En omdat ik al snel veel ski-ervaring had, ging het me goed af. Het is niet zonder risico, dat klopt, maar je moet gewoon zorgen voor kennis van zaken en een goede uitrusting. Brede ski’s en een helm natuurlijk. En een rugzak met daarin een lawinepieper, een prikker en een schep. Freeriden doe je nooit alleen. Mocht er iets gebeuren, dan moet je elkaar kunnen helpen. Ik heb overigens nog nooit meegemaakt dat er écht iets gebeurde en ik heb nog nooit een ernstige blessure opgelopen. Ik kom vaak met de schrik vrij.”

EN TOEN, WEDSTRIJDEN?
“Ik was gewend altijd de snelste en beste te zijn als ik met vrienden ging skiën. Op een gegeven moment was de uitdaging weg. Toen ik op internet zag dat er freeride-wedstrijden gehouden werden, schreef ik me in. Ik was de enige Nederlander tijdens die eerste wedstrijd. Ik was een groentje, vergeleken bij de rest en het ging helemaal niet zo goed. Ik viel en moest enorm mijn best doen om de anderen bij te kunnen houden. Maar het was wel top! Heel leerzaam en erg inspirerend. En dus ging ik door.”

HOE STA JE ER NU VOOR?
“Na die eerste wedstrijd had ik de smaak te pakken. Ik wist dat als ik meer zou gaan trainen ik vanzelf beter zou worden. Ik leerde andere freeriders kennen – uit Nederland en daarbuiten – en samen vormden we een trainings- groepje. De tweede wedstrijd ging een stuk beter en inmiddels ben ik goed in vorm. Ik ski nu op het een na hoogste niveau, mondiaal gezien. In januari werd ik Nederlands kampioen op het NK freeride in Tignes en vlak daarna ook kampioen van de Benelux. Dat heeft nog niemand uit Nederland eerder gepres- teerd. De komende twee jaar focus ik me op nog beter worden. Hopelijk kan ik dan in 2017 of 2018 deelnemen aan de World Tour. Dat is het hoogst haalbare. Daar ga ik voor. Ik wil het allerbeste uit mezelf halen.”

STIJLE AFDALINGEN, HOGE CLIFFS, BOMEN OP HET PARCOURS… BEN JE NOOIT BANG?
“Zeker wel! Ik voel absoluut spanning als ik boven op een bergtop sta. Dat hoort erbij. Ik heb het ook nodig. Maar het is de kunst die angst onder controle te krijgen. Ik probeer spanning om te zetten in focus en dan ga ik ervoor.”

HOE BEREID JE JE VOOR OP HET WEDSTRIJDSEIZOEN?
“In de zomer ga ik naar de sportschool om krachttraining te doen. Ik volg een speciaal programma zodat ik topfit aan een nieuw seizoen kan beginnen. Afgelopen jaar heb ik ervaren dat ik daar veel voordeel van heb. Ik scheurde mijn knieband, maar was binnen een paar weken weer terug op mijn oude niveau dankzij mijn goede conditie. Ik heb overigens ook veel profijt van mijn skilerarenopleiding. Ik sta steady en val daardoor minder snel. Heel handig als je blessures wilt voorkomen en goed wilt scoren.”

WAT DOE JE ALS JE NIET SKIET?
“Samen met mijn compagnon Philippe vorm ik het Benelux-agentschap voor CMH, het grootste heli-skibedrijf ter wereld. We verkopen helikopter-ski- reizen in Canada aan mensen uit Nederland, België en Luxemburg. We hebben een kantoor in Amsterdam. Het hele jaar door brengt CMH skiërs met een helikopter naar de mooiste plekken hoog in de Canadese bergen. Mensen slapen in luxe lodges in de middle of nowhere en overdag trekken ze sporen door de ongerepte verse sneeuw. En het leuke is: skiërs/boarders van elk niveau kunnen dit doen. Je hoeft absoluut niet uit de heli te springen of per se heel steile hellingen te bedwingen. Het is een geweldige baan die perfect combineert met mijn liefde voor skiën.”

14

WAT EEN UITHUIZIG BESTAAN. HOE VAAK BEN JE NOG IN MOERGESTEL?
“Om eerlijk te zijn: niet zo vaak. Eens in de twee maanden, schat ik. Dan ga ik bij mijn ouders langs die daar een sportschool hebben. Ik voel me er altijd meteen weer thuis. Als ik meer in Nederland zou zijn, zou ik vaker terug naar Brabant gaan. Ik had me voorge- nomen om afgelopen winter maximaal zestig procent van mijn tijd in de bergen door te brengen. Maar het ging het zó goed; uiteindelijk was ik tachtig procent van de tijd weg. In de tussentijd houd ik contact met het thuisfront via de telefoon, of we Skypen.”

WAT MIS JE HET MEEST ALS JE VER VAN HUIS BENT?
“Niets eigenlijk. Deze manier van leven bevalt me prima. In het buitenland ontmoet ik veel nieuwe mensen en kan ik doen wat ik het allerliefste doe. De freeride-scene is bovendien heel relaxed en gezellig. Ik heb dan ook nooit last van heimwee. Andersom vind ik het ook niet erg om weer terug te gaan naar Nederland. Ik vind het altijd fijn om mijn ouders en zus weer te zien. En om te kunnen afspreken met mijn vrienden.”

WELKE DROMEN HEB JE VOOR DE TOEKOMST?
“Ik vind het geweldig dat het free- ride-skiën steeds met bekendheid krijgt. De concurrentie neemt toe, het niveau gaat omhoog. Dat maakt de uitdaging groter, maar dat is alleen maar goed. Ik vind het leuk dat ik een bijdrage kan leveren aan die bekendheid. Mensen denken vaak dat freeriden alleen is weggelegd voor superervaren skiërs, maar dat is een misverstand. Iedereen die een beetje kan skiën, kan freeriden. Het hoeft niet meteen van de hoogste cliff en het gaat ook niet om rijden het van de moeilijkste lijnen. Gewoon lekker skiën, het beste uit mezelf halen en anderen inspireren, dat is voor mij het belangrijkste.”

VORIG INGREDIËNT

Column van Edwin Kats

VOLGEND INGREDIËNT

Het hart van Oisterwijk

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

twenty − 11 =